Wat is de Participatiewet?
De Participatiewet is op 1 januari 2015 in werking getreden en heeft drie eerdere wetten samengevoegd: de Wet werk en bijstand (Wwb), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en delen van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong). De uitvoering ligt bij gemeenten. Doel van de wet is mensen zoveel mogelijk in regulier werk te krijgen en — voor wie dat niet zelfstandig lukt — passende ondersteuning te bieden.
Drie pijlers
De Participatiewet steunt op drie pijlers. De eerste is de algemene bijstand: een uitkering voor mensen zonder middelen, als laatste vangnet van de sociale zekerheid. De tweede is re-integratie: gemeenten zijn verantwoordelijk voor het ondersteunen van bijstandsgerechtigden naar werk, met instrumenten als loonkostensubsidie, scholing en jobcoaching. De derde pijler is beschut werk en garantiebanen voor mensen met een arbeidsbeperking.
Plichten en sancties
Bijstandsgerechtigden hebben een arbeidsplicht (beschikbaar zijn voor werk, meewerken aan re-integratie) en een inlichtingenplicht (wijzigingen in inkomen of leefsituatie tijdig melden). Niet-naleving kan leiden tot een maatregel — een korting op de uitkering, in ernstige gevallen tijdelijke beëindiging. De afgelopen jaren is veel discussie geweest over hardvochtigheid in de uitvoering; sinds 2023 werken gemeenten aan een ‘menselijke maat’ in handhaving.
Verhouding tot schuldhulp
Veel bijstandsgerechtigden kampen met schulden. De gemeente is via de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) verplicht schuldhulpverlening te bieden, en de Participatiewet voorziet in bijzondere bijstand voor kosten als bewindvoering of inrichting van een woning. In de praktijk zijn schuldhulp en bijstand vaak met dezelfde inwoners verbonden; goede integratie van beide trajecten is essentieel.