Wat is bewindvoering?
Bewindvoering — formeel onderbewindstelling van vermogen — is een beschermingsmaatregel uit het Burgerlijk Wetboek (Boek 1, art. 1:431 e.v.). De kantonrechter stelt een bewindvoerder aan om het vermogen van een meerderjarige te beheren wanneer deze daar zelf niet (meer) toe in staat is. Dat kan komen door dementie, een verstandelijke beperking, psychische problemen, verslaving of zware schulden.
Twee vormen
De wet kent twee hoofdvormen. Beschermingsbewind beschermt mensen die structureel hun belangen niet kunnen behartigen; deze maatregel duurt vaak levenslang. Schuldenbewind, geïntroduceerd in 2014, is bedoeld voor mensen met problematische schulden en is tijdelijk. Bewind kan ook alleen op specifieke goederen worden uitgesproken (bijvoorbeeld op een erfenis), maar in de praktijk gaat het meestal om het volledige vermogen.
Plichten van de bewindvoerder
De bewindvoerder beheert inkomsten en uitgaven via een aparte beheerrekening, maakt leefgeld over naar de cliënt en treft betalingsregelingen met schuldeisers. Jaarlijks dient hij of zij een Rekening en Verantwoording (R&V) in bij de kantonrechter. Documentatie moet voldoen aan de AVG en — voor zorggerelateerde gegevens — aan NEN 7510. Professionele bewindvoerders zijn onderworpen aan kwaliteitscontrole door het Landelijk Kwaliteitsbureau CBM.
Onderscheid met curatele en mentorschap
Bewind gaat alleen over het vermogen. Mentorschap regelt persoonlijke beslissingen (zorg, behandeling). Curatele combineert beide en is de zwaarste maatregel — de onder curatele gestelde verliest grotendeels de handelingsbekwaamheid. In de praktijk wordt curatele zelden uitgesproken; bewind volstaat in de meeste gevallen.